Ga door naar hoofdcontent
misc/arrow-dots-black Wetenschapmisc/arrow-dots-blackAantal consulten, behandeltijd en effectiviteit in de eerstelijnsdiëtetiek: resultaten van het DIEET-project

Aantal consulten, behandeltijd en effectiviteit in de eerstelijnsdiëtetiek: resultaten van het DIEET-project

Auteurs
dr. Eva Leistra,, Ir. Caroelien Schuurman, prof. dr. ir. Peter Weijs
TijdschriftNederlands Tijdschrift voor Voeding & Diëtetiek , Volume 74 , Issue 4
Publicatie12/09/2019
Afbeelding voor Aantal consulten, behandeltijd en effectiviteit in de eerstelijnsdiëtetiek: resultaten van het DIEET-project

Samenvatting

Inleiding

Dit artikel beschrijft het aantal consulten, de behandeltijd en de effectiviteit van de dieetbehandeling in de eerste lijn.

Methode

In het landelijke prospectieve, observationele DIEET-project (DIëtetiek Effectief En Toekomstbestendig) zijn karakteristieken vastgelegd van cliënten die behandeld werden voor overgewicht, diabetes type 2 (DM2), hypercholesterolemie, ondervoeding en hypertensie. Dit gebeurde bij aanvang van de dieetbehandeling en na 9 maanden (voor het aantal en het soort consulten en de behandeltijd). De effectiviteit werd bepaald met van tevoren opgestelde criteria voor veranderingen in gewicht, BMI en/of medicatie. Verschillen in het mediane aantal consulten en de behandeltijd tussen mannen en vrouwen, tussen cliënten met een Nederlandse achtergrond en een migratieachtergrond, en tussen cliënten met verwijzing en via directe toegankelijkheid, werden getoetst met de Mann-Whitney U-test. Dit gebeurde tussen SES-groepen en primaire diagnoses met de Kruskall-Wallis-test met post hoc Dunns paarsgewijze vergelijking met Bonferroni-correctie. Tussen effectief en niet-effectief behandelde cliënten gebeurde dit met de Mann-Whitney U-test. Een multivariabele logistische regressie werd uitgevoerd met effectiviteit als uitkomst en het aantal consulten en de behandeltijd als verklarende variabelen. Deze werden gecorrigeerd voor de karakteristieken van de cliënt (tweezijdige alfa=0,05).

Resultaten

605 cliënten voldeden aan de inclusiecriteria; van 393 cliënten waren gegevens beschikbaar. De gemiddelde leeftijd was 55,5 ± 14,5; 59% was vrouw. Primaire verwijsdiagnoses waren overgewicht (48%), DM2 (35%), hypercholesterolemie (9%), ondervoeding (6%) en hypertensie (2%). Na 9 maanden was 41% nog onder behandeling. Het mediane aantal consulten was 5 (IQR: 3-6), de mediane behandeltijd was 180 min (IQR: 135-225), waarvan 81% directe tijd. 39% van de cliënten had een langere behandeltijd dan de 180 minuten die vergoed worden binnen de basisverzekering.
Cliënten met overgewicht hadden meer consulten dan cliënten met DM2 (5 (3-7) versus 4 (3-6); p=0,02) of hypercholesterolemie (4 (3-5), net niet significant, p=0,10). Het verschil in behandeltijd tussen de verschillende SES-groepen was net niet significant: hoge SES 170 min (IQR: 105-210) versus lage/midden SES 180 min (IQR midden-SES 135-230, IQR lage SES 105-210), p=0,08. 47% van de behandelingen was effectief. Cliënten met een effectieve behandeling hadden 1 consult meer en een 15 minuten langere behandeltijd dan cliënten zonder effectieve behandeling (p=0,02 en p=0,05).

Conclusie

Het mediane aantal consulten was 5 (IQR: 3-6), de mediane behandeltijd bedroeg 180 min (IQR: 135-225). Het verschil in consulten en behandeltijd tussen cliënten met een effectieve en een niet-effectieve behandeling was 1 consult en 15 minuten. Of extra consulten of behandeltijd de effectiviteit van de dieetbehandeling in de praktijk verhogen, moet nader worden onderzocht.

Artikel

Introductie

Het lectoraat Gewichtsmanagement (naam per 28 juni 2019: lectoraat Voeding & Beweging) van de Hogeschool van Amsterdam onderzocht in het landelijke DIEET-project hoe de eerstelijns DIëtetiek Effectief En Toekomstbestendig kan zijn. Directe aanleiding voor het DIEET-project was het feit dat per 1 januari 2012 de consulten diëtetiek niet meer werden vergoed vanuit het basispakket verzekerde zorg. Als gevolg daarvan daalde de omzet van de diëtetiekpraktijken (publiek en privaat) met gemiddeld 40%. Met de Rijksbegroting voor 2013 werd dit besluit voor een deel (drie uur in plaats van vier uur) teruggedraaid. Doelstellingen in het DIEET-project waren het beheersbaar maken van de effectiviteit van de eerstelijnsdiëtetiek, het doelmatiger inrichten van de praktijk, en het werken aan innovatie van het vakgebied diëtetiek. De onderzoekers brachten allereerst het handelen van de diëtist in kaart , evenals factoren in het eerste consult die mogelijk van invloed zijn op de effectiviteit van de behandeling na 9 maanden, zoals het eventuele gebruik van nutritional assessment, het opstellen van een diëtistische diagnose, het verstrekken van een voorbeelddagmenu en gebruikte communicatietechniek (publicatie in voorbereiding). In reactie op de recente discussie over vergoedingen door zorgverzekeraars wordt in deze publicatie beschreven wat diëtisten in het DIEET-project rapporteerden over het aantal en het soort consulten en de behandeltijd, en of het aantal consulten en de behandeltijd verschilden per cliëntengroep. Onderzocht werd of er een associatie bestaat tussen het aantal consulten en de behandeltijd en effectiviteit van de behandeling.

Het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) onderzocht in 2016 de karakteristieken van cliënten die behandeld werden door diëtisten in de eerstelijnszorg, en het aantal verleende consulten en de behandeltijd.3 Hieruit bleek dat de volgende cliënten meer consulten gebruikten dan andere cliënten: vrouwen, allochtonen, cliënten die in het verleden al eerder diëtistische zorg hadden gehad, cliënten die via de directe toegankelijkheid waren gekomen en cliënten met psychische problemen, een te hoog lichaamsgewicht, binge-eating disorder of meervoudige diagnoses. Daarentegen gebruikten oudere cliënten, cliënten met een middelbare of hogere opleiding en cliënten met hypercholesterolemie minder consulten per behandeling.

In de huidige studie werden vergelijkbare gegevens verzameld, van cliënten met overgewicht, diabetes type 2 (DM2), hypercholesterolemie, ondervoeding en hypertensie, waarbij ook gegevens over het soort consult en de directe en de indirecte tijd werden verzameld. De onderzoeksvragen waren als volgt:
1. Hoeveel consulten en behandeltijd (in minuten) heeft een cliënt bij de diëtist in de eerste lijn in het DIEET-project in de eerste 9 maanden na de start van de dieetbehandeling?
2. Is er een verschil in het aantal consulten en/of de behandeltijd tussen verschillende cliëntengroepen?
3. Is er een verschil in het aantal consulten en/of de behandeltijd tussen cliënten met een effectieve behandeling en cliënten zonder effectieve behandeling?

Methode

Studieopzet

Het DIEET-project was een prospectieve, observationele studie. De diëtisten werd gevraagd om hun cliënten met overgewicht, DM2, hypercholesterolemie, ondervoeding en hypertensie aan te melden voor deelname aan het onderzoek. Van deze cliënten werden het geslacht, de etniciteit (indeling volgens CBS) en de SES (sociaaleconomische status gebaseerd op hoogst genoten opleiding) vastgelegd. Hierin werd het volgende onderscheid gemaakt: lage SES (basisonderwijs, vmbo, mbo 1, havo onderbouw), midden-SES (havo-, vwo- of mbo-diploma) en hoge SES (hbo, universiteit). Ook werd gevraagd of ze via de directe toegankelijkheid kwamen of op verwijzing. De diëtisten legden aan het begin van de behandeling het lichaamsgewicht, de lengte, de medicatie en de relevante bloedwaarden van de cliënt vast. Na 9 maanden werd de diëtisten gevraagd of de cliënt nog in behandeling was, en werden opnieuw gegevens over het lichaamsgewicht, de medicatie en de relevante bloedwaarden verzameld. Wanneer de cliënt niet meer in behandeling was, werd deze door de onderzoekers telefonisch benaderd voor de gegevens op 9 maanden. De diëtist registreerde tijdens de behandelperiode het aantal en het soort consulten (spreekuren, huisbezoeken, telefonische consulten en e-mailconsulten, en overige) en de (directe en indirecte) behandeltijd. De effectiviteit van de behandeling werd bepaald volgens van tevoren opgestelde criteria per primaire diagnose (zie tabel 1).

Analyses

Aantal consulten en behandeltijd

Van het aantal consulten en de behandeltijd werden de mediaan en de IQR bepaald (Inter Quartiel Range: 25-75%), evenals de verdeling van het aantal consulten en de behandeltijd.

Per cliëntengroep

De verschillen in aantal consulten en behandeltijd voor de karakteristieken geslacht, etniciteit, met verwijzing of via directe toegankelijkheid, werd tweezijdig getoetst met de Mann-Whitney U-test. De verschillen in aantal consulten en behandeltijd tussen SES en primaire diagnoses werden tweezijdig getoetst met de Kruskall-Wallis-test, gevolgd door een post hoc Dunns paarsgewijze vergelijking met Bonferroni-correctie.

Per resultaat van de behandeling

De verschillen in het aantal consulten en de behandeltijd tussen cliënten met een effectieve behandeling en cliënten met een niet-effectieve behandeling werden tweezijdig getoetst met de Mann-Whitney U-test. Een multivariabele logistische regressie werd uitgevoerd met effectiviteit als uitkomst en het aantal consulten en de behandeltijd als verklarende variabele, gecorrigeerd voor karakteristieken van de cliënt. De verschillen in percentage indirecte tijd tussen cliënten met een effectieve behandeling en cliënten met een niet-effectieve behandeling werd tweezijdig getoetst met de ongepaarde Chi-kwadraattoets. De statistische analyses werden uitgevoerd met IBM SPSS 24, met een significantieniveau van 5%.

Resultaten

Deelnemers

Tussen februari 2014 en december 2016 werden 605 cliënten geïncludeerd, behandeld door 236 diëtisten. Uiteindelijk waren van 393 cliënten de gegevens beschikbaar over het aantal en het soort consulten, de behandeltijd en de effectiviteit van de behandeling, bepaald volgens van tevoren opgestelde criteria per primaire diagnose (zie figuur 1 en tabel 1). Bij 10 cliënten ontbrak de lengte of het gewicht, bij 1 cliënt ontbrak de hoogst genoten opleiding. Van 180 cliënten
was bepaling van de effectiviteit van de behandeling niet mogelijk door ontbrekende gegevens op 9 maanden (n=158 lichaamsgewicht, n=11 HbA1c, n=11 geen gegevens over (veranderingen) medicatie). Nog eens 4 cliënten werden uitgesloten omdat de data van het gewicht op 9 maanden onbetrouwbaar waren (n=2 om medische redenen, n=2 onbetrouwbaar). Bij 16 cliënten ontbraken gegevens over behandeltijd en bij 1 cliënt waren deze onbetrouwbaar.

Karakteristieken

De gemiddelde leeftijd van de cliënten was 55,5 ± 14,5 jaar, 59% was vrouw. Primaire verwijsdiagnoses waren overgewicht (48%), DM2 (35%), hypercholesterolemie (9%), ondervoeding (6%) en hypertensie (2%) (tabel 2). Van de cliënten met DM2 had 79% ook overgewicht; voor hypercholesterolemie was dat 71%.

Aantal consulten en behandeltijd

Na 9 maanden was 41% van de 393 cliënten nog onder behandeling, 7% niet meer; van 52% was dit onbekend of onzeker. Van de totale tijd was 81% directe tijd, voornamelijk spreekuren (zie tabel 3). Van de 7 geregistreerde
huisbezoeken vonden er 5 plaats bij cliënten met ondervoeding en 2 bij cliënten met DM2. De mediaan van het aantal consulten was 5 (IQR: 3-6). 19% van de cliënten had 1-2 consulten, 31% 3-4 consulten, 28% 5-6 consulten, 13% 7-8 consulten, 5% 9-10 consulten, 4% 11-16 consulten en 1% meer dan 16 consulten.
De mediaan van de behandeltijd was 180 min (IQR: 135-225). 4% van de cliënten had een behandeltijd van maximaal 60 minuten, 19% had 75-120 behandelminuten, 27% 125-170 minuten, 11% 180 minuten en 40% meer dan 180 minuten (zie figuur 2 en 3). Het aantal consulten en de behandeltijd van de 180 cliënten zonder gegevens om de effectiviteit van de behandeling te bepalen was 3 (IQR: 2-4) en 127 minuten (IQR: 98-173). Een intake duurt meestal 60 minuten en wordt gevolgd door follow-upbezoeken van 30 of 15 minuten per keer. 61% van de cliënten had een behandeltijd binnen de 180 minuten, die per kalenderjaar aan dieetbehandeling via de basisverzekering vergoed wordt.

Per cliëntengroep

Aantal consulten en behandeltijd per primaire diagnose

Cliënten met overgewicht, ondervoeding en hypertensie kregen de meeste consulten (respectievelijk 5 (IQR: 3-7), 5 (IQR: 3-6) en 5 (IQR: 1-7), cliënten met DM2 kregen er 4 (IQR: 3-6) en cliënten met hypercholesterolemie 4 (IQR: 3-5). Cliënten met overgewicht hadden significant meer consulten dan cliënten met DM2 (p=0,02) en het verschil in het aantal consulten tussen cliënten met overgewicht en cliënten met hypercholesterolemie was net niet significant (p=0,10).
Cliënten met hypertensie hadden de langste behandeltijd (225 minuten (IQR: 75-240)), gevolgd door cliënten met overgewicht en ondervoeding (180 (IQR: 135-240) en 180 (IQR: 150-210)) en cliënten met DM2 (165 min (IQR: 120-210)) en hypercholesterolemie (165 (IQR: 130-195)). Er waren geen significante verschillen in behandeltijd tussen cliënten met verschillende primaire diagnoses (tabel 2).

Aantal consulten en behandeltijd per SES, geslacht, etniciteit, met verwijzing of via directe toegankelijkheid

Cliënten met een lage of midden-SES hadden meer consulten dan cliënten met een hoge SES: lage SES 5 (IQR: 3-6), midden-SES 5 (IQR: 3-6) en hoge SES 4 (IQR: 2-6). Dit verschil was niet significant (p= 0,149). Cliënten met een lage of midden-SES hadden een langere behandeltijd dan cliënten met een hoge SES: lage SES 180 minuten (IQR: 135-220), midden SES 180 minuten (IQR: 135-230), hoge SES 170 minuten (IQR: 105-210). Het verschil tussen de verschillende
SES-categorieën was net niet significant (p=0,08). Er was geen verschil in aantal consulten en behandeltijd tussen mannen en vrouwen, tussen cliënten met een Nederlandse achtergrond en een migratieachtergrond en tussen cliënten met verwijzing of via directe toegankelijkheid (zie tabel 2).

Effectiviteit van de behandeling

47% van de behandelingen was effectief: bij overgewicht 43%, bij DM2 49%, bij hypercholesterolemie 39%, bij ondervoeding 84% en bij hypertensie 29%. De percentuele gewichtsverandering was voor overgewicht -4,6% ± 6,3, voor DM2 -3,5% ± 5,8, voor hypercholesterolemie -2,1% ± 6,2, voor ondervoeding 4,2% ± 8,2 en voor hypertensie -0,1% ± 7,5. Cliënten met een effectieve behandeling hadden meer consulten (5 (IQR: 3-7)) dan cliënten zonder effectieve behandeling (4 (IQR: 4-6)) (p=0,02). Ook hadden cliënten met een effectieve behandeling een langere behandeltijd (180 minuten (IQR: 135-225)) dan cliënten zonder effectieve behandeling (165 minuten (IQR: 125-210)) (p=0,05). Na correctie voor karakteristieken van de cliënt (leeftijd, geslacht, SES, achtergrond, primaire diagnose, met verwijzing of via directe toegankelijkheid) bleek de associatie tussen het aantal consulten en de behandeltijd op effectiviteit onafhankelijk van SES (zie tabel 3 en figuur 4). Er was geen verschil in indirecte tijd tussen een effectieve en een niet-effectieve behandeling (p=0,46).

Discussie

Dit onderzoek geeft op basis van gegevens uit het DIEET- project een beeld van het aantal en het soort consulten, de behandeltijd en de effectiviteit van de behandeling van cliënten met verschillende diagnoses in de eerste lijn. Er was geen verschil in aantal behandelminuten tussen de primaire diagnoses, maar wel in het aantal consulten: bij overgewicht waren er significant meer consulten dan bij DM2, en net niet significant meer dan bij hypercholesterolemie. 39% van de cliënten had een langere behandeltijd dan de vergoede 180 minuten. 81% van de totale behandeltijd is directe behandeltijd. Het verschil in behandeltijd tussen de verschillende SES-groepen was net niet significant. Er was geen verschil in het aantal consulten en de behandeltijd tussen mannen en vrouwen, tussen cliënten met een Nederlandse achtergrond en cliënten met een migratieachtergrond, en tussen cliënten met verwijzing en via directe toegankelijkheid. Bijna de helft van de behandelingen was effectief na 9 maanden. Ook hadden cliënten met een effectieve behandeling meer consulten en een langere behandeltijd dan cliënten zonder effectieve behandeling. De associatie tussen het aantal consulten en de behandeltijd op de effectiviteit was onafhankelijk van SES. In het DIEET-project werden gegevens verzameld over het aantal consulten en de behandeltijd bij een behandeling tot 9 maanden. Het mediane aantal consulten was 5 (IQR: 3-6). De mediaan van de behandeltijd lag op de vergoede 180 minuten (IQR: 135-225). Van 41% van de cliënten was de behandeling nog niet afgerond, bij 52% van de cliënten was dit onbekend of onzeker. Diëtisten gaven aan dat cliënten vaak de optie tot een vervolgconsult open houden. Daardoor werden relatief veel behandelingen administratief niet afgesloten. Het is onduidelijk of de dieetbehandeling in het DIEET-project binnen een kalenderjaar viel of over twee kalenderjaren liep. Per kalenderjaar vergoedt de zorgverzekeraar maximaal 3 uur vanuit de basisverzekering (180 minuten). Wanneer een behandeling over meerdere kalenderjaren loopt, worden in het nieuwe kalenderjaar weer 180 minuten vergoed. Het is onduidelijk of cliënten met een behandeltijd binnen de 180 minuten stopten vanwege de bereikte behandeldoelen of omdat de vergoeding voor dat kalenderjaar op was, of om nog andere redenen. De behandeltijd en het aantal consulten van cliënten waarvan de behandeling nog niet was afgerond kan na de geregistreerde 9 maanden oplopen.

Soms wordt extra diëtetiek vergoed vanuit de aanvullende verzekering. Voor cliënten met CVRM, diabetes of COPD in de ketenzorg maken zorgverzekeraars afspraken met zorggroepen. Deze afspraken kunnen afwijken van wat in de basisverzekering is afgesproken. Wellicht had dit invloed op het aantal consulten van de cliënt met DM2 zoals nu in het onderzoek naar voren komt. De gegevens over het aantal consulten, de behandeltijd en de effectiviteit in het DIEET-project werden verzameld over 9 maanden, of korter als de behandeling eerder was afgesloten. Het NIVEL publiceerde over 2016 een gemiddeld aantal consulten van 4,1 (mediaan 3,0) en een behandeltijd van 2,1 uur (126 min). De gemiddelde behandeltijd van cliënten met een afgesloten behandeling was 2,8 uur en gemiddeld werd een behandeling na 28 weken afgesloten (mediaan 14 weken). 14% van de cliënten gebruikte meer dan drie uur diëtetiek volgens de NIVEL-registratie. Deze getallen over de gemiddelde behandeltijd van 2,1 uur per kalenderjaar of 2,8 uur bij een afgesloten behandeling zijn lager dan die beschreven zijn in het huidige artikel. Mogelijk is dit onder andere te verklaren doordat het NIVEL per kalenderjaar registreert, terwijl in het DIEET- project het aantal consulten en de behandeltijd over 9 maanden werd geregistreerd. Het NIVEL rapporteerde voor cliënten met een afgesloten behandeling een behandeltijd van 2,8 uur (168 min), minder dan de 180 minuten in DIEET (die nog kan oplopen omdat van veel cliënten de behandeling mogelijk nog niet was afgesloten). Mogelijk geven de uitkomsten in de DIEET- studie een overschatting, doordat bij relatief veel cliënten met een kortere behandeltijd gegevens over de effectiviteit ontbraken, waardoor ze zijn uitgesloten. Ten tijde van het onderzoek bestonden consulten vooral uit spreekuren. Huisbezoeken, telefonische consulten en e-mailconsulten kwamen nog weinig voor. Momenteel wordt door de huidige ontwikkelingen in de ouderenzorg een toename geconstateerd in het aantal consulten bij thuiswonende ondervoede ouderen. Door de toenemende digitalisering is het mogelijk dat het aantal consulten per mail, telefoon, Skype en WhatsApp ook zal toenemen. Deze worden per 2019 door bijna alle zorgverzekeraars vergoed als ze worden voorafgegaan door een face-to-face intake.

Uit een eerder onderzoek onder 25 vrijgevestigde diëtisten tussen 2006 en 2010 werd de dieetbehandeling van 5612 cliënten geëvalueerd. De (toen nog) 4 uur vergoeding was volgens de diëtisten vaker te weinig voor vrouwen, cliënten met psychische problemen, verstandelijke problemen, een te hoog lichaamsgewicht, binge-eating disorder of bij meervoudige diagnoses. De vier uur was vaker voldoende bij ouderen en cliënten die in het verleden al eerder diëtistische zorg hadden en bij cliënten met een eerste consult tussen juli en december. Ook in het DIEET-project hadden cliënten met overgewicht meer consulten dan cliënten met DM2 en hypercholesterolemie (net niet significant), maar er was geen significant verschil in behandeltijd. Mogelijk verschilde de behandeling van cliënten met deze primaire aandoeningen niet zo veel, omdat veel cliënten met DM2 en hypercholesterolemie ook overgewicht hadden. Het verschil in behandeltijd tussen de verschillende SES-groepen was net niet significant. Het aantal consulten en de behandeltijd werden geassocieerd met effectiviteit, onafhankelijk van SES. Er was geen verschil in aantal consulten en behandeltijd tussen mannen en vrouwen, zoals in het NIVEL werd gerapporteerd.

Van een groot aantal cliënten kon de effectiviteit niet worden bepaald vanwege ontbrekende gegevens over lichaamsgewicht op 9 maanden. Dit werd mogelijk veroorzaakt door onvoldoende registratie door diëtisten, cliënten die vroegtijdig stopten met de behandeling of ‘no shows’ van cliënten met tegenvallende behandelresultaten, zoals Tol (2014) beschreef. Aan de andere kant was bij minimaal 41% van de cliënten de behandeling nog niet afgesloten, waardoor er nog kans was op een effectieve behandeling. Het NIVEL rapporteerde dat 34% van de cliënten de opgestelde behandeldoelen volledig had bereikt bij beëindiging van de behandeling.3 Dat is niet te vergelijken met de 47% effectiviteit in het DIEET-project, waar het percentage werd bepaald met van te voren opgestelde criteria per primaire diagnose. In het DIEET-project werden aan het begin van de dieetbehandeling ook behandeldoelen vastgelegd, maar deze bleken niet altijd SMART geformuleerd en niet altijd overeen te komen met wat medisch gezien belangrijk was. Het eventueel behalen van deze behandeldoelen op 9 maanden was maar bij een kleine groep cliënten vastgelegd. De ervaren effectiviteit
van cliënten kan dus verschillen met de effectiviteit die in dit onderzoek gemeten werd. De cliëntenpopulatie waarover het NIVEL rapporteert was qua aandoening, geslachtsverdeling en leeftijd redelijk vergelijkbaar met de cliënten in het DIEET-project. In de NIVEL-populatie kampte 58% met een te hoog gewicht, 25% met DM2, 11% met hypercholesterolemie, 10% met onbedoeld gewichtsverlies en 9% met hypertensie. 46% had meerdere gezondheidsproblemen. 64% was vrouw, met een gemiddelde leeftijd van 53 jaar. 94% kwam met een verwijzing en 6% via de directe toegankelijkheid. Ook de cliënten in het DIEET-project kampten met meerdere gezondheidsproblemen, veelal overgewicht naast DM2 of hypertensie.

Conclusie

Cliënten met een effectieve behandeling kregen in 9 maanden behandeling een consult meer en 15 minuten meer behandeltijd. De ideale behandelduur verschilt per cliënt, afhankelijk van een groot aantal factoren, zoals de primaire diagnose en de karakteristieken en de persoonlijke omstandigheden van de cliënt. De optimale duur van de behandeling zou idealiter bepaald moeten worden door de tijd die de cliënt nodig heeft om tot gedragsverandering of gezondheidswinst te komen, terwijl deze tijd in de praktijk gelimiteerd lijkt door de 180 minuten die de basisverzekering vergoedt per kalenderjaar. Door de behandeling over twee kalenderjaren te spreiden, is het mogelijk om gebruik te maken van een vergoeding van meer dan 180 minuten. Of de effectiviteit van de dieetbehandeling toeneemt met meer consulten of extra behandeltijd moet nader worden onderzocht. Diëtisten kunnen bijdragen aan effectiviteitsonderzoek door de gegevens van hun behandeling goed te registreren, zoals de behandeldoelen, de resultaten van de behandeling en de datum en de reden van het einde van de behandeling. Inzicht in het eigen handelen begint immers bij een goede registratie.

Literatuurlijst

  1. Tol J, Swinkels ICS, Leemrijse CJ et al. Minder diëtistische behandeling door grotendeels schrappen diëtetiek uit de basisverzekering. Factsheet. Utrecht: NIVEL, 2012, geraadpleegd 18 april 2018.
  2. Schuurman C, Streppel M, Leistra E et al. Hoe handelt de diëtist in de eerste lijn? NTVD 2017;72:12-6.
  3. Verberne LDM, Verheij RA. Zorg door de diëtist. Jaarcijfers 2016 en trendcijfers 2012-2016. Uit: NIVEL Zorgregistraties eerste lijn [internet]. 2017 [Laatst gewijzigd op 6 juli 2017; geraadpleegd op 6 juni 2019].
  4. Centraal Bureau voor de Statistiek.
  5. Kruizenga H. Huisbezoeken: stof tot nadenken. NTVD 2018;73(T):48-9.
  6. Tol J, Swinkels ICS, Bakker DH de et al. Dietetic treatment lowers body mass index in overweight clients: an observational study in primary health care. J Hum Nutr Diet 2014;27:426-33.
  7. Tol J, Swinkels ICS, Veenhof C. Welke cliënten hebben volgens de diëtist voldoende aan 4 uur diëtetiek per kalenderjaar? Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen 2012;90(3):176-83.

Dankwoord

Dankwoord
De auteurs bedanken:
– Diëtisten en cliënten voor deelname aan het onderzoek
– Studenten voor de observaties en follow-up
– Anita Tump voor de coördinatie en planning van de observaties
– Esther Hospes en Jolien Klamer voor het datamanagement.

In samenwerking met

In samenwerking met Stuurgroepleden vanuit de Nederlandse Vereniging van Diëtisten, Amsterdam UMC, Stuurgroep Ondervoeding,Vialente-Diëtheek, Diëtisten Coöperatie Nederland, Careyn, Diëtistengroep Amsterdam en diverse diëtistenpraktijken.

Belangenverklaring en financiering

Belangenverstrengeling
Caroelien Schuurman is redacteur van het Nederlands Tijdschrift voor Voeding en Diëtetiek van de Nederlandse Vereniging
van Diëtisten.

Financiering
Het DIEET-project werd gefinancierd door
een SIA RAAK-MKB subsidie.

Over de auteurs

Caroelien Schuurman (tot 2018), Martinet Streppel en Peter Weijs werken bij het Lectoraat Voeding & Beweging, Opleiding Voeding en Diëtetiek, Hogeschool van Amsterdam.
Eva Leistra werkte ten ten tijde van het onderzoek: Lectoraat
Voeding & Beweging, Opleiding Voeding en Diëtetiek, Hogeschool van Amsterdam (nu: Gezondheidswetenschappen, Faculteit der Bètawetenschappen, Vrije Universiteit,
Amsterdam)
Peter Wijs werkt daarnaast bij Amsterdam UMC, Vrije Universiteit, Amsterdam.